Margaretha
Margaretha's halfbroer is 3 jaar ouder. Hij trekt op met jongeren die graag de grenzen van het toelaatbare opzoeken. Hij is verslaafd geraakt aan drugs en alcohol. Hij is vaak agressief naar anderen en zichzelf.
zorgen voor het suïcidaal gezinslid
Ik stuur hem soms berichtjes. Vooral om hem het gevoel te geven dat ik aan hem denk, wat ook zo is. Maar toch heb ik daar niet meer altijd zin in. Soms heb ik ook nood aan wat afstand.
praten over zelfmoord
Over mijn broer wordt tegen mij gezwegen. Ik mag niets weten. Om mij te ontzien. Maar hij vertelt het mij zelf in het geheim. Dus iedereen weet iets, maar niemand praat met elkaar.
het gezin
De impact is enorm. Veel ruzie tussen mijn papa en plusmama over hoe ze dit moeten aanpakken, om maar één ding te noemen.
Ik heb toch het gevoel dat ik er door mijn ouders wat wordt buiten gehouden. Zogezegd om mij te ontzien. Terwijl het ook mij aangaat. Ik weet zelfs soms meer dan zij. Maar dat vertel ik hen dan weer niet, om mijn broer te ontzien.
Ik dans graag en goed. Wat ik erg vind, is dat mijn ouders weinig betrokkenheid tonen omdat ze mijn halfbroer niet willen achterstellen.
de toekomst
Ik zie de toekomst somber in. Er zijn de drugs, de depressie, de zelfmoordgedachten, de agressie,… het is zo veel samen.
de hulpverlening
Nee, ik heb geen professionele hulp maar ik zou het misschien wel moeten doen. Maar mijzelf kennende, ga ik dat blijven uitstellen, tot het niet anders kan zeker?
het sociaal leven
Heel wat mensen in mijn omgeving zijn op de hoogte. Druggebruik, zelfmoordpoging,… hij loopt daar ook mee te koop. Dus ja, iedereen denkt: 'Wat is dat voor een gezin.' Die schaamte speelt wel.
gevoelens
Mijn broer vertelt en toont mij dingen. Dat is niet alleen pijnlijk om te zien of te horen. Maar ik moet die dan ook nog eens voor mij houden en er met niemand over praten.
zelfbeeld
Ik denk dat ik toch voorzichtiger en angstiger in het leven sta als mijn broer deze problemen niet zou hebben.
Ik moet het perfecte kind zijn, lijkt wel. Een beetje te laat thuis komen, een biertje drinken,… en mijn ouders vrezen meteen dat het met mij ook de verkeerde kant uitgaat.
school/werk
Mijn ouders hebben al veel geld verloren. Rechtzaken, bestolen, dan hem nog eens geld toestoppen. Ja, zo een dingen. Zonder zijn zelfdodingsgedachten, die echt zijn, zouden ze strenger zijn.
erkenning krijgen
Iedereen is aan het overleven. Ik heb het gevoel dat mijn ouders niet echt beseffen hoe dit voor mij is. Zij denken dat ik nauwelijks iets weet.
openheid
Er wordt daar allemaal heel geheimzinnig over gedaan. We zeggen niets om elkaar te ontzien, maar dat maakt het net allemaal erger.
steun krijgen
Ook hier werd ik buitengehouden. Vroeger kwam er hulp voor mijn broer aan huis. Maar dat werd steeds geregeld als ik er niet was of ik moest naar mijn kamer. Dus daar had ik niets aan.
zelfzorg
Ik ben bij een dansclub. Dat heb ik echt nodig. Daar kan ik mijn energie helemaal in kwijt. En dan zijn er ook enkele vrienden die ik vertrouw.
de relatie met het suïcidaal gezinslid
Niet de zelfmoordgedachten maar zijn gedrag, .. mijn leven is soms een hel. Dat zou zeker anders geweest zijn zonder zijn problemen. Dat neem ik hem soms kwalijk.
Ik weet niet wat ik moet voelen. Hij neemt drugs, steelt,... Ik weet, ik geef om hem en hij om mij. Maar hij is ook ziek en ongelukkig. Dat is zo dubbel.
Andere getuigenissen
Sophia's papa heeft een alcoholprobleem sinds haar geboorte. Ze heeft geen broers en zussen en haar ouders zijn gescheiden. Haar papa toont weinig betrokkenheid en kan soms ook gewelddadig zijn. De eerste zelfmoordpoging van haar vader die Sophia kan herinneren was toen zij 7 jaar oud was.
Er blijft een taboe rusten op zelfdoding en psychiatrische problemen. Voor sommigen kom ik uit een marginaal gezin. Dat kwetst maar er zijn ook mooie positieve reacties. Ik focus mij dus op die mensen.
De zus van Aleksander heeft een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ze heeft meerdere pogingen ondernomen. Gelukkig heeft Aleksander een goede band met zijn broer en zus.
Als niemand anders kan, moet ik thuis blijven om op mijn zus te passen. En soms komt dat echt niet goed uit.
De broer van Sarah heeft een autisme spectrum stoornis. Sinds zijn 12 jaar gaf hij al aan dat hij dood wilde. Maar er is hoop. Nu hij bijna 20 is, lijkt hij steeds beter zijn weg te vinden. Eindelijk wat meer rust voor haar en haar mama.
Ik denk niet dat mijn vriendinnen dat begrijpen. Die zijn dan meer bezig met shoppen en zo. En ik denk dan, wat is daar nu belangrijk aan als mijn broer in een psychiatrisch ziekenhuis zit.