Anissa
Anissa en haar zus konden heel goed opschieten en waren vaak samen. De zus heeft echter een eetstoornis ontwikkeld en ze doet zichzelf pijn. Hoe langer hoe meer zorgt Anissa voor haar zus. Ze mist haar maatje van vroeger.
zorgen voor het suïcidaal gezinslid
Haar bezoeken toen ze opgenomen werd? Ik kan dat moeilijk aan. Dan zie ik mijn zus soms enkele dagen niet.
Ik probeer haar te beschermen. Tegen zichzelf, valse opmerkingen van anderen, slechte invloeden.
praten over zelfmoord
Thuis praten we er wel over. Iedereen is ongerust. En dan wenen we soms samen.
het gezin
Iedereen doet zijn best en met veel liefde maar uiteindelijk draait veel om mijn zus. Zij bepaalt wat we doen, wanneer we het doen,… en meestal doen we niets meer omdat ze niet mee kan of mee wil. Maar we blijven hoopvol.
Ik begrijp als er veel aandacht naar mijn zus gaat, maar dan denk ik wel soms: 'hallo, ik ben er ook nog!'
de toekomst
Ze eet minder en er komen meer reacties uit de omgeving. En dat weet zij ook, waardoor ze nog meer in de put raakt. Maar gelukkig zijn er desondanks ook heel wat hoopvolle verhalen en signalen.
de hulpverlening
Mijn ouders hebben voorgesteld om ook hulp te zoeken. Daarom ga ik naar een therapeut. Mijn zus wil nu ook naar die therapeut. Dat is wel niet zo fijn voor mij. Dus daar moeten we nog eens over praten.
het sociaal leven
Ik en mijn zus gingen vaak samen weg, op kamp en zo. Als ik dan zag dat het niet goed ging met haar en ze wilde naar huis, dan ging ik meestal mee. Ook al zou ik liever langer blijven.
gevoelens
Ze doet aan automutilatie. Ik weet dat, dus af en toe ga ik kijken. En ja, ze had het opnieuw gedaan. Ik was in shock.
Ik heb mijzelf ook één keer beschadigd. Niet omdat ik dood wilde, maar omdat ik wilde weten hoe dat voelde. Ik zou dat niet meer doen.
school/werk
Ik studeer aan de universiteit maar ik krijg dit voorlopig niet gecombineerd met de situatie thuis. Ik zal er dus een jaartje langer over moeten doen.
erkenning krijgen
Mijn ouders zeggen dat ook wel: 'we weten dat het voor jou ook niet gemakkelijk is' of 'je hoeft niet altijd klaar te staan voor zus, wij zijn er ook nog'. Dat doet wel deugd.
openheid
Gelukkig kan ik daar heel open over praten met mama en papa. Ze luisteren heel goed naar me.
steun krijgen
We hebben gezinstherapie gehad. Dat was wel goed maar ook daar draait het toch vooral om mijn zus, hoor. Echt zeggen wat ik wil, lukt daardoor nog niet met haar er bij.
de relatie met het suïcidaal gezinslid
Eerlijk, soms ben ik boos op haar. Boos voor alles wat we als gezin moeten doormaken. Maar natuurlijk zie ik haar ook graag.
Ik zorg voor haar, ik ontzie haar, ik verdraag veel van haar…maar een normale zussenrelatie hebben we daardoor nu niet meer.
Ik voel veel onmacht. Het lijkt soms onoplosbaar. Maar ik voel mij ook schuldig als ik boos ben op haar. Ik mis mijn zusje van vroeger.
Andere getuigenissen
Thomas is reclamemaker. Hij heeft een zoon Jules met autisme spectrum syndroom (ASS). Op zijn 8ste jaar schreef hij al briefjes over doodgaan maar hij heeft nog geen zelfmoordpoging ondernomen. Thomas maakt zich, naast Jules, ook heel veel zorgen over de gevolgen voor zijn vrouw en overige kinderen.
De rode draad is inderdaad van: hoe kan je effectief steun bieden? Dat weet ik nog altijd niet. Behalve, en dat is wel belangrijk, er te zijn voor je kind. Wat je moet doen: er blijven staan, blijven naartoe gaan en interesse blijven tonen.
De broer van Sarah heeft een autisme spectrum stoornis. Sinds zijn 12 jaar gaf hij al aan dat hij dood wilde. Maar er is hoop. Nu hij bijna 20 is, lijkt hij steeds beter zijn weg te vinden. Eindelijk wat meer rust voor haar en haar mama.
Ik denk niet dat mijn vriendinnen dat begrijpen. Die zijn dan meer bezig met shoppen en zo. En ik denk dan, wat is daar nu belangrijk aan als mijn broer in een psychiatrisch ziekenhuis zit.
Walter is vertaler en papa van een zoon en een dochter. Emma heeft borderline en ze is lesbisch. Een keer heeft ze zelfmoordpoging ondernomen. Emma doet haar best om te terug zin te krijgen in het leven. Maar het blijft een strijd.
Mijn dochter zei: “Ja, wij hebben altijd over heel veel dingen gepraat, maar nooit over het gevoel dat daarbij hoorde.” En dan had ik zoiets van: ja, dat is misschien wel waar. Dus wij hebben altijd het idee gehad dat wij open en over alles konden praten en er wordt hier ook dikwijls over van alles gepraat, maar dat is eigenlijk enkel de praktische kant.